Thursday, 29 November 2012

Kwik kwik

Vandaag in plaats van een typisch poolse geklaag over een te dikke laag a’s in de nederlandse taal (elke dubbele a is me namelijk te dik), ga ik me concentreren op een andere bijzondere fenomeen. Wikkelen.

Sinds ik over het wikkelen van baby’s hoorde had ik aleen maar positieve associaties met dit woord. Je gaat ze op een ouderwetse manier in een doek wikkelen, zodat het knus en veilig voelt. Lekker wikkelen en daarna het bedje in. Heerlijk. Ze kunnen geen kant op, die in-ge-wikkelde babies. Zo makkelijk. Even pauze voor de vermoeide ouders. Als de baby’s knus verwikkeld slapen, kan de moeder zelfs gaan winkelen, wat een verwenning. Als de vader natuurlijk er mee instemt om als bodyguard thuis te blijven en als het donderdag voor 21.00 is.

Dus toen ik in de locale Ethos een verwikkende gezichtsreiniging zag die meteen een beeld van heerlijke rust in mijn hoofd opwekte, heb ik hem gelijk gekocht. Heerlijk, zo voor de nacht even rein verwikkeld te worden, en daarna – hop, het bedje in, lekker slapen.
Maar. ’s Avonds had ik geen bril. Vanochtend wel. Nadat ik me grondig in de reine wikkeling heb gewikt, klaar voor de dag, las ik wat er precies op de verpakking stond. Fruit Energy Verkwikkende  Reiniginsgel. Wie verzinnt het daar toch bij Garnier? Mischien is het wel een idee om even een versimpelde productlijn te ontwikkelen voor allochtone vrouwen, die moeite hebben met een dikke laag a’s en verkwikkingen. Ik kan ze ermee helpen, op vrijwilligers basis.  Want het is belangrijk dat een allochtone vrouw weet wat ze koopt en zich geen onrealistische verwachtingen stelt.

Wat betekend dat, in hemelsnaam? Ga ik nu al kwikkend de dag in? Kwik hier, kwik daar, en aan het einde word ik een eend, in plaats van een konijn? Of word ik echt super quick? Heel snel bedoel ik. Nee, dat mag niet. Niet sneller dan 120 onderweg naar Almere.
Nadat ik het etiket heb gelezen, voelde ik me meteen anders. Niet gewikt, maar verkwikt. Onderweg  naar Almere had ik al een vermoeden wat het zou kunnen betekenen, maar nu heeft google het bevestigd. Niks veiligs, niks knus. Het tegenovergestelde zelfs. Opgewekt, krachtig. Aha.

Nu begrijp ik het helemaal. In plaats van mijn baby’s elke avond te wikkelen, heb ik ze, in alle onwetendheid, heerlijk verkwikt. Wat een herrie de hele nacht daarna! Niks winkelen. Niks pauze. De reden begrijp ik nu pas. Het heeft allemaal te maken met een kleine “k” even tussendoor.
Na veel wikken en wegen hebben wij maar besloten dat twee jongens genoeg waren. Anders wordt het ons te inverkwikkeld.  

Monday, 19 November 2012

Krezip nostalgia


Het begon met een gratis cadeau. De gever deed ook niet alsof hij niet gratis was, want, ook in het geval van een cadeau, gratis is in Nederland zeer gewild. Iemand heeft ervoor moeten vechten, in een rij staan, stickertjes plakken, zich naar een supermarkt ver weg met de fiets in het regen verplaatsen, misschien nog iets ergens naartoe opsturen, of zelfs persoonlijk brengen (want anders kost het je een postzegel) – dat is toch veel meer gedoe dan simpelweg naar je portemonnee reiken? Nee, zo lui zijn wij niet, hoor! Wij doen er alles voor – een gratis iets.
Die cadeau, ook al gratis, was wel geslaagd. Als bijwerking brengt het jouw zelfs deze blog post. Opgestuurd zonder een postzegel, direct gratis via het internet bekabeling in jouw handen. Is dat niet mooi meegenomen? (mee met wie? – dat wil ik graag weten, want ik heb hem apart verstuurd, en nog dubbel gecheckt – er zat niemand naast op die kabel. Wie kwam er mee dan? He? Vertel!)

Dat cadeau begon met een oud nummer van Krezip “I would stay”. (http://www.youtube.com/watch?v=kfrGFGHU6YA). Ik zag mijzelf, op een mistige ochtend, fietsend met een grote interne lach (’s ochtends lach ik vooral intern, want anders krijg ik het koud in mijn tanden, en koude tanden zijn een slecht begin van de dag) naar mijn nieuwe, verse, net van een Nederlander afgepakte werk. Eerst via een piep klein parkje, dan een hofje van een kasteeltje, dan via het centrummetje van het klein dorpje met een grote naam, dan langs de gracht, nog door een industrietereintje en daan was ik er al. Op kantoor. Schattig. Niemand die om koffie vroeg (in Polen zijn daar hoog opgeleide, net afgestudeerde vrouwen vaak voor ingezet: om, onder andere, koffie te serveren, af en toe de shredder met een documentje te voeren, iets uitprinten, en nou ja, vooruit, als ze per se iets wilt betekenen vandaag, dan mag ze ook 100 kopieën van het laatste persbericht op de Xerox uitpersen.) Bij mij eerste werkgever in Nederland was koffie automatisch, schreden - dat deed een extern bedrijf, printen en copieren deed iedereen voor zichzelf, en ik had werkelijk iets te doen waarvan ik kon leren.
Mijn leven voelde compleet: met mijn tweedehands fiets, het parkje, het kasteeltje, het dorpje, een echte baan (geen “baantje” dus) en zoveel potentieel. Het leven is namelijk niet compleet als je alles hebt. Het is pas compleet als je iets mist, maar wel over het hoop beschikt om die gat te vervullen. En mijn leven van toen, die was precies zo. Die moest zich nog ontplooien. Ik had kriebels in mijn buik en Krezip in de achtergrond. Een tekst, die vandaag een bijzondere betekenis heeft gekregen (die betekenis voeg ik toe in aanhalingstekens naast de originele versie van Krezip in italics:

If this is true, I thought then, what will I think (Als dit kasteel hier wel waar is, dacht ik toen, wat zal ik doen?)
Will I stay but rather I would get away (zal ik hier blijven, bij dat parkje en dat kasteeltje?)
I'm scared that I won't find a thing (Ik ben bang dat ik hier geen echte vrienden  zal vinden vanwege het cultuurverschil, wel misschien een man – een huwelijk is per definitie gebaseerd op een clash – hoe groter die clash, des te beter voor een gezonde voortuin (“voortplanting” – dat moet hetzelfde als “voortuin” zijn, of niet?)
And afraid that I'll turn out to be alone, but I (dus word ik misschien wel “bemannd”, die een deel van het succes is, maar toch enigszins heel eenzaam, vanwege al mijn familie en vrienden die zich heel ver weg bevinden).

I have to learn, have to try, have to trust I have to cry (Nou, vooruit, ik moet het proberen, zo’n schattig land laat je je niet voorbij gaan. Ik moet die onmogelijke taal proberen te leren, ook al zal het me tranen kosten)
Have to see, have to know that I can be myself (Ik zal het maar bekijken, of het überhaupt mogelijk is.
Mijzelf zijn? Die vraag stel ik voor 10 jaar uit, nu weet ik het even niet wie ik ben, vanwege mijn prefrontale cortex die nog niet helemaal af is).

And if I could I would stay (als ik kon, zou ik denk ik blijven, want toen had dhr. Wilders er nog niks tegen)
And if they're not, not in my way (dus PVV lag me niet dwars in de tijden van Krezip-debuut)
I'll stare here in the distance (ik blijf hier, ver van mijn land van herkomst en ik kijk het even aan hoe de situatie zich ontwikkelt)
But I'll grow up to be just like you, yeah (en ik zal het proberen een beetje Nederlands te worden, om wat beter tussen jullie te passen)
I'll grow up to be just like you, yeah (maar toch niet helemaal!)

I see it all I'm sure but
Do I know what's right
I thought I knew but it turns out the other way
I am scared that I won't find a thing
And afraid that I'll turn out to be alone, but I

I have to learn, have to try, have to trust I have to cry (nu moet ik echt huilen, geen aanstellerij)
I have to see, have to know that I can be myself (want het is inmiddels 10 jaar later, en die vraag kan ik niet meer uitstellen, dus ik kom zo uit de kast.
Maar niet datgene dat je in gedachten had, ik bedoel: mijn borstkast, waarvan mijn echte hart straks uit zal komen, alleen op een symbolische manier, hoop ik).

And if I could I would stay (En als ik kon, zou ik echt blijven)
And if they're not, not in my way (Als ze mij tenminste niet in de weg staan)
I'll stare here in the distance (maar ik zit daar tussen 9 en 17, van heel dichtbij)
But I'll grow up to be just like you, yeah (en ik zie dat ik er niet meer pas)
I'll grow up to be just like you (want ik ben iemand anders geworden dan dat meisje op dat fiets met een interne lach)

I want to tell you (Wat ik jou wil vertellen is dat mijn lach nu extern is, zelfs ‘s ochtends, want in de auto vriest het niet en bovendien heb ik mijn tanden laten rechtzetten op de kosten van een Nederlandse verzekeringsmaatschappij! Wat een woord, trouwens.)
Why would I try to (Ik probeer het niet meer – ik doe het gewoon. Maar ik zal nooit echt gewoon kunnen doen. Ik zal nooit, bijvoorbeeld, een gratis cadeautje voor iemand gaan halen, want die supermarkt is me te ver, ik weet niks van navigatie en Tom Tom op de fiets is niet handig, ik hou niet van het fietsen in het regen en met de auto kan ik niet, want dan is het niet meer gratis.)
You are all that I can see now (En al dat regen is alles dat ik zie door de tranen van ontroerenheid – (vertel me niet dat zo’n woord niet bestaat, want hij staat hiernaast. Als iets ergens staat, dan bestaat het ook.) binnen regent het nu ook, maar mijn lach is extern, dus het word een mooie regenboog.
Ole!)

Why would I try to

And I want to tell you
Why would I try to
You are all I can see now
I know I'll try to

I have to learn, have to try, have to trust I have to cry
I have to see, have to know that I can be myself
(ok, sorry, ik dacht dat het al afgelopen was, maar ik zie dat het tegenovergestelde het geval is, in welk geval heb ik geen keuze maar doorgaan, dus ik ga ma door: Ik moet blijkbaar weten dat ik mijzelf kan zijn, ja, daar ben ik in principe helemaal mee eens, ook al in de praktijk is het voor mij momenteel heel moeilijk tussen 9 en 17.00, want ik ben mijzelf, maar iemand anders zou willen dat ik iemand anders was. Ingewikkeld. Nog ingewikkelder dan het gebruik van enkele en dubbele a’s, maar ik geef het niet op!)

But if I could, yeah, I would stay (Maar als ik ook tussen 9 en 17.00 mijzelf kon blijven, zou ik er toch blijven)
And if they're not, not in my way (want ik pak niet zo graag banen of bananen van anderen af, alleen als het echt niet anders kan)
I'll stare here in the distance (Ik zal het maar een tijdje aan gaan kijken, op advies van de huisarts – ik ben er niet geweest, maar als ik wel was geweest, zou hij mij vertellen “paracetamol en een weekje aankijken” – dat advies geef ik dus gratis aan mijzelf vandaag, zonder aansprak te doen op de zieke Nederlandse gezondheidsstelsel, paracetamol hoef ik niet, maar dat andere kan geen kwaad. Bedankt.). Het woord “stelsel” lijkt trouwens heel veel op “tell sell” – misschien kan de regering die stelsel maar verkopen aan een ander land, waar het wel goed werkt (ik hoorde iets over Belgie).
But I'll grow up to be just like you, yeah (Ik denk het toch niet)
I'll grow up to be just like you, like you (hier had Krezip iets anders moeten bedoelen dan dat een Pool net zoals een Nederlander kan worden, want het kan niet. Vanwege de dubbele a’s).


Goed. Daar zijn we dan. Aan het einde van mijn langste Nederlandse post (TNT?) Maar nog niet helemaal.
Het is een fijn land, Nederland. En leuke mensen ook. Behalve die, die niet leuk zijn. Was gezellig, tot de volgende keer! Brrr. Do I grow up to be just like you?

Saturday, 17 November 2012

Het bestaan van Sinterklaas


Nu dat Sinterklaas in Nederland aangekomen is, komt de vraag terug: hoe ga ik het ooit aan mijn kinderen uitleggen dat ik ze al die jaren in de maling had genomen? Dat ik geen keuze had, dat het hele land, Dieuwertje Blok, burgemeester van Roermond en de hockey club mee hebben gedaan is geen goed excuus. Horen wij niet, als ouders, de waarheid aan onze kinderen te vertellen, in plaats van al hun terechte en zeer gedetailleerde vragen over bijv. de leeftijd van de Sint, zijn capaciteit om tegelijkertijd in meerdere plaatsen te verschijnen en, natuurlijk, over de bron van zijn inkomsten, met veel plaatselijke creativiteit te beantwoorden? Dat de TV liegt en je manipuleert (neem bijvoorbeeld reclame, oftewel de commerciële propaganda, zoals het in Cuba wordt genoemd) dat hoort erbij. Maar je eigen ouders?


Toevallig komt een protestantse pastoor als inspiratie mij te pas. Klaas Hendrikse meent dat je "niet in het bestaan van God hoeft te geloven, om in God te geloven". Inderdaad. Ik weet niet precies wat pastoor Hendrikse met deze geheimzinnige uitspraak bedoelde, maar ik weet wel hoe ik hem als een goed excuus in de toekomst kan gebruiken.

"Kinderen, het maakt toch niet uit wie al die cadeautjes koopt? Of het nou de Sint doet van onze belastinggeld (of erger nog: van de veel armere Spanjaarden) of wij, uit onze eigen portemonnee? Uit een maatschappelijk oogpunt heeft het ook meer zin: alleen diegene die kinderen hebben betalen mee aan cadeaus, anderen hoeven dat niet. Geen sprake van nivellering wat betreft de Sinterklaas-uitgaven.
En trouwens, hier in Nederland hoef je echt niet in het bestaan van iemand te geloven om in iemand te geloven. Sinterklaas moet meer symbolisch gezien worden: als een goedaardig iemand, die jullie enorm liefheeft, en die jullie goed gedraag elk jaar op 5 december met cadeautjes beloont. Dat lief iemand dat zijn wij. Jullie ouders.
Elk jaar ontwaakt de Sint in onszelf. Dus in het bestaan van de Sint, zoals hij gewoonlijk word voorgesteld, met zijn paard, zijn witte baard en zijn ouderwetse kleding hoeven jullie niet meer te geloven. Als jullie maar in de liefde geloven."

Ik zal ze misschien volgend jaar de waarheid vertellen, nu dat ik de filosofische basis heb gelegd.


Wel wordt er dan sprake van nivellering, want er zit twee jaar leeftijdverschil tussen de bengels van mij. Ik kan toch moeilijk de waarheid over twee jaar verspreiden? Die twee spreken elkaar regelmatig, vooral als het tijd is om te slapen. Wij zitten dan beneden en geloven dat onze twee jongens boven aan het slapen zijn, ook al weten wij heel goed dat de werkelijkheid heel anders is.

Sunday, 11 November 2012

Met een sterk Pools accent


Twee konijnen hebben een extra konijn nodig om drie te worden. Drie konijnen zijn namelijk beter dan een, of twee, want ze zijn symbolisch. Ze hebben hun eigen logo. Zo ziet het eruit:
Het staat voor vrede en rust – ik heb daar niks tegen. Integendeel, ik heb daar alles voor.

Een derde konijn gaat dus intrekken in konijnenhol nr. 31 (want hollen nr. 42 en 48 waren al bezet).  Een blog in het Nederlands met een heel sterk Pools accent. Waarom niet? Als het maar rust en vrede brengt. Ik geloof in deze symboliek.
Mijn eerste onderwerp: Waarom hebben Nederlanders hun taal zo verlangzaamd? Ik zal het even uitleggen waar het me om gaat: wat hebben jullie aan al die dubbele a’s? Ik heb helemaal niks tegen dubbele e’s, wel iets (lichtjes) tegen dubbele o’s (ben ik Pools of een pols? Voor mij klinken ze allebei hetzelfde, gelukkig staat er een “een” bij “pols”, vandaar heb ik er maar lichtjes iets tegen), maar een “aa” is helemaal aso.  Zeer onvriendelijk voor allochtonen (ook al ben ik officieel al een paar jaar een autochtoon, ik weet niet precies hoe dat is gekomen, maar dat zou iets te maken kunnen hebben met het feit dat ik een tijdje geleden een auto heb aangeschaft).

Een “staart” is voor een Pool hetzelfde als een “start”, een “maan” hetzelfde als een “man” en “baan” hetzelfde als een “ban” – alleen maar langzamer uitgesproken. Dat leidt tot veel verassingen en soms ongemakken. Gezien dat Polen meestaal haast hebben (en dus heel snel en stiekem banen van langzamere Nederlanders afpakken) spreken wij het bijna allemaal met een korte “a” uit. Een soort van fonetische korting.
Waarom heet een “staart” eigenlijk een “staart”? Het zou een “stop” moeten heten. Een staart is niet waar de hond begint.

Waarom geven jullie hetzelfde naam aan een haartje en een hartje? Ze zijn misschien allebei heel klein, maar daar houdt het verschil wel op. Ik kan me nog een uiterst grappige gesprek herinneren tussen een Russische collega van mij (ook een oost -Europeaanse bananen-dief) en mijzelf, in het Nederlands, over het schoonmaken (trouwens, het bijzonder populaire werk onder oost-Europeaanse meiden in Nederland,  maar wij, die al andere leuke banen van Nederlanders hebben afgepakt, hadden het over het huishouden in onze eigen huizen. Nou, “eigen” moet ik eigenlijk niet zeggen. Ze zijn vooraal eigendom van de bank). Het ging als volgt (let op: het wordt ranzig of romantisch, afhankelijk van hoe je het uitspreekt):
-          Waar ik echt een hekel aan heb, zijn al die hartjes op de badkamer vloer. Ze zijn zo moeilijk om weg te halen, ik vind dat mannen het maar zelf moeten doen.
-          Waar heb jij het over?
-          Je weet het wel, die kleine zwarte hartjes op de badkamervloer.
-          Heb jij zwarte hartjes op je vloer?
-          En jij dan niet?

Zo ging het door, en ik dacht – hé, wat is die man van haar schoon. Hij laat geen kleine zwarte hartjes op de badkamervloer! Nou, dat moet ik ook aan die van mij leren.
Maar S. begreep het niet. Ze had kleine zwarte hartjes op de badkamervloer in haar hoofd, precies zoals ik het heb gezegd, maar niet heb bedoeld. Na tien minuten slappe lach kwam ze pas tot bewustzijn “Kleine zwarte haartjes, bedoel jij!” Nou ja, dat zei ik toch. Kleine zwarte haartjes, ik spreek alleen altijd zo snel.

De ee’s ken ik al. In een “peer” zoals in een “teen”. Met de oo’s zal ik zeker een dag bevriend raken. Maar de aa’s: heb je echt liever zwarte haartjes op de vloer? Denk er nog eens over na, als-jullie-blieft.
Al die dubbele a's. Wat een verspilling!