Sunday, 11 November 2012

Met een sterk Pools accent


Twee konijnen hebben een extra konijn nodig om drie te worden. Drie konijnen zijn namelijk beter dan een, of twee, want ze zijn symbolisch. Ze hebben hun eigen logo. Zo ziet het eruit:
Het staat voor vrede en rust – ik heb daar niks tegen. Integendeel, ik heb daar alles voor.

Een derde konijn gaat dus intrekken in konijnenhol nr. 31 (want hollen nr. 42 en 48 waren al bezet).  Een blog in het Nederlands met een heel sterk Pools accent. Waarom niet? Als het maar rust en vrede brengt. Ik geloof in deze symboliek.
Mijn eerste onderwerp: Waarom hebben Nederlanders hun taal zo verlangzaamd? Ik zal het even uitleggen waar het me om gaat: wat hebben jullie aan al die dubbele a’s? Ik heb helemaal niks tegen dubbele e’s, wel iets (lichtjes) tegen dubbele o’s (ben ik Pools of een pols? Voor mij klinken ze allebei hetzelfde, gelukkig staat er een “een” bij “pols”, vandaar heb ik er maar lichtjes iets tegen), maar een “aa” is helemaal aso.  Zeer onvriendelijk voor allochtonen (ook al ben ik officieel al een paar jaar een autochtoon, ik weet niet precies hoe dat is gekomen, maar dat zou iets te maken kunnen hebben met het feit dat ik een tijdje geleden een auto heb aangeschaft).

Een “staart” is voor een Pool hetzelfde als een “start”, een “maan” hetzelfde als een “man” en “baan” hetzelfde als een “ban” – alleen maar langzamer uitgesproken. Dat leidt tot veel verassingen en soms ongemakken. Gezien dat Polen meestaal haast hebben (en dus heel snel en stiekem banen van langzamere Nederlanders afpakken) spreken wij het bijna allemaal met een korte “a” uit. Een soort van fonetische korting.
Waarom heet een “staart” eigenlijk een “staart”? Het zou een “stop” moeten heten. Een staart is niet waar de hond begint.

Waarom geven jullie hetzelfde naam aan een haartje en een hartje? Ze zijn misschien allebei heel klein, maar daar houdt het verschil wel op. Ik kan me nog een uiterst grappige gesprek herinneren tussen een Russische collega van mij (ook een oost -Europeaanse bananen-dief) en mijzelf, in het Nederlands, over het schoonmaken (trouwens, het bijzonder populaire werk onder oost-Europeaanse meiden in Nederland,  maar wij, die al andere leuke banen van Nederlanders hebben afgepakt, hadden het over het huishouden in onze eigen huizen. Nou, “eigen” moet ik eigenlijk niet zeggen. Ze zijn vooraal eigendom van de bank). Het ging als volgt (let op: het wordt ranzig of romantisch, afhankelijk van hoe je het uitspreekt):
-          Waar ik echt een hekel aan heb, zijn al die hartjes op de badkamer vloer. Ze zijn zo moeilijk om weg te halen, ik vind dat mannen het maar zelf moeten doen.
-          Waar heb jij het over?
-          Je weet het wel, die kleine zwarte hartjes op de badkamervloer.
-          Heb jij zwarte hartjes op je vloer?
-          En jij dan niet?

Zo ging het door, en ik dacht – hé, wat is die man van haar schoon. Hij laat geen kleine zwarte hartjes op de badkamervloer! Nou, dat moet ik ook aan die van mij leren.
Maar S. begreep het niet. Ze had kleine zwarte hartjes op de badkamervloer in haar hoofd, precies zoals ik het heb gezegd, maar niet heb bedoeld. Na tien minuten slappe lach kwam ze pas tot bewustzijn “Kleine zwarte haartjes, bedoel jij!” Nou ja, dat zei ik toch. Kleine zwarte haartjes, ik spreek alleen altijd zo snel.

De ee’s ken ik al. In een “peer” zoals in een “teen”. Met de oo’s zal ik zeker een dag bevriend raken. Maar de aa’s: heb je echt liever zwarte haartjes op de vloer? Denk er nog eens over na, als-jullie-blieft.
Al die dubbele a's. Wat een verspilling!

 

No comments:

Post a Comment