Een tiental grenzen binnen zestien uur. Zo ver moet je gaan voor een garantie van prachtig weer in April. Eén of twee zijn niet voldoende. De zon, het strand, het warme oceaan, blijde mensen om je heen - daar snakte ik naar na zes maanden in de kou.
’s Ochtends vroeg volg ik een yoga les gegeven door een locale docent in een simpele hut. Klein en tenger is hij, glimlach op zijn gezicht. Eerst even in de hitte op de mat liggen voordat de les begint, al kijkend naar de stralend blauwe hemel tussen de rieten van de dak. Het docent ligt inmiddels al vijftien minuten onbeweeglijk op zijn mat met de ogen dicht. Zou hij in slaap gevallen zijn? Of heeft hij misschien vandaag alle tijd van de wereld? Nee, straks staat hij op, neemt een slokje water uit een stalen fles en begint met de zonnegroet.
Na de les raken wij even in gesprek. Hoe warm is het in jouw land nu? vraagt hij. Zestien graden? Oei, dat is wel heel erg koud! is zijn reactie. Hij is nog nooit over de grens geweest. Reizen doet hij alleen in zijn meditatie. Voor de les was hij niet in slaap gevallen, hij was op reis. Buiten de grens van zijn ego.
Twee uur later drink ik koffie op het strand en ik voel me intens gelukkig en ontspannen, ondanks de jetlag. Dat is het begin van onze vakantie op Bali. Wij hebben alle tijd.
’s Middags komen wij terug naar het strand, deze keer om te zwemmen. Het water is warm en helder, het geluid van de golven nodigt ons uit. Langzaam ga ik erin, al koesterend het zachte zand met elke stap. Opeens voel ik iets tegen mijn linker kuit plakken. Zeewier, denk ik. Ik reik met mijn hand onder het water en tot mijn verbazing haal ik er een dun plastic zakje uit. Er zat er vroeger wellicht zeewier in, in een gerecht of gedroogd als chips. Maar nu, op een paar zandkorreltjes na, is het zakje helemaal leeg. Vervolgens ga ik het water uit en leg ik het zakje verderop op het zand om het straks op te ruimen. Daarna ga ik opnieuw het water in. Binnen een paar seconden voel ik weer iets tegen mijn been plakken. Verderop dobbert nog een beker. Ik haal ze allebei uit, ik leg ze op het zand voordat ik weer het water in ga met het besluit om deze keer echt te gaan zwemmen. Nog maar dat bekertje en dat zakje en daarna doe ik het niet meer. Ik kan toch niet elke keer het water uit, hiervoor ben ik niet over zo veel grenzen over gegaan? Hou toch op, het is je vakantie, en sowieso, denk jij de wereld zo in je eentje echt te kunnen redden? Kijk om je heen, niemand anders rapt het op? zegt een stem in mijn hoofd. En hij heeft gelijk. Mijn actie is een druppel in het oceaan. Vanaf nu ga ik doen alsof ik het vuil niet zie besluit ik.
Op dat moment drijft er een grote stevige plastic tas naar mij toe. Maak me schoon! bedelt het oceaan. Met de tas in mijn hand begin ik rond te zwemmen. Al het vuil dat ik tref stop ik erin. Zo belandt er een aansteker in, een luier, een oude pet, een plastic slipper, een tiental zakken, zakjes en verpakkingen, een paar bekertjes en ten slotte een pen. Erover schrijven? Zal ik doen! beloof ik aan het oceaan.
De volgende ochtend brengt de vloed schoon water met zich mee. Ik kan er rustig een half uur lang in zwemmen zonder enkel stukje plastic te treffen. Wat een heerlijk gevoel! Het lijkt alsof het oceaan mij wilde bedanken. Maar even later in de middag begint het vuil weer naar mij toe te stromen. En voordat ik het water in ga, krijg ik als eerste van hem een grote stevige zak. Zeer snel wordt hij helemaal vol. Als het niet over vervuiling ging, zou het best leuk zijn, een soort sport. In ieder geval veel nuttiger dan waterpolo en aquaerobics waaraan de blije mensen die over veel grenzen zijn gegaan om hiernaartoe te komen zo graag in het zwembad deelnemen.
Wij hebben als mensheid grote ambities. Onze planeet is geen absolute grens meer. Wij willen en kunnen verder: naar de ruimte, lopen op de Maan, straks ook op de Mars. Wie weet, ooit ontdekken wij misschien een andere bewoonbare planeet. Daar gaan wij naartoe verhuizen als de vernietiging van onze Aarde al helemaal voltooid is. Wij nemen natuurlijk wel wat uitvondsten van onze civilisatie mee. Dat andere blauwe planeet zal misschien wel schoon, mooi en onbewoond zijn, maar daardoor juist zullen er essentiële dingen ontbreken. Neem plastic bijvoorbeeld: wij kunnen niet meer zonder. Straks hebben wij het in grote hoeveelheden nodig om ons ook op het nieuwe planeet helemaal thuis te voelen. Tegen die tijd is een schone oceaan ons namelijk te ongewoon. Helder water? Daar zouden wij heimwee naar de Aarde van kunnen krijgen. En terugkomen zal dodelijk zijn.
Wij mogen blij zijn dat Nederland zo schoon is. Wij worden niet elke dag pijnlijk herinnerd aan de vervuiling van de natuur. Wij kunnen doen alsof het een lokaal probleem is die ook lokaal moet worden opgelost. Een tourist heeft recht om uit te rusten, hij heeft ervoor betaald. Voor dat plastic flesje trouwens ook. Maar als wij wachten tot een grote organisatie het oceaan voor ons schoonmaakt, kan het al te laat zijn.
Wij hebben niet de hele tijd van de wereld. Nu moet er echt iets gebeuren, hier op de Aarde en niet op de Mars. Even vijftien minuten stil liggen, het mooiste reis van ons leven maken: over de grens van ons ego. Daarna een slokje water uit een stalen fles en hup, het water in, met een grote stevige zak in onze handen.




